Meten is weten, bijvoorbeeld bij een knieblessure

In het verleden zijn theorieën ontwikkeld over bewegen en herstel. Bijvoorbeeld, het belang van variabiliteit in bewegen. Als we 1000 stappen maken, is geen enkele stap hetzelfde. Elke pas is anders. Een optimale variabiliteit is een voorwaarde om flexibel te kunnen reageren op veranderingen om je heen, zoals die veel gebeuren op het sportveld of op straat. Variabiliteit is dus een belangrijke voorwaarde om te herstellen van pijn of een blessure. Heel weinig of juist te veel variabiliteit is niet optimaal. In dit artikel beschrijf ik hoe Kemper Fysiotherapie innovatieve sensoren gebruikt als mooie aanvulling bij het behandelen van blessures en pijn.

De theorie over bewegingsvariabiliteit speelt in de fysiotherapie slechts een kleine rol. Fysiotherapeuten, sportfysiotherapeuten, fysiek- en personal trainers hebben lange tijd moeten vertrouwen op hun onderbuikgevoel. Kleine veranderingen in bewegen zijn met het blote oog namelijk zeer moeilijk waar te nemen. De kleine bewegingen zijn echter wél erg belangrijk tijdens het revalideren, zoals de variabiliteit in bewegen. Inzet van sensortechnologie kan testen of het onderbuikgevoel dat is gebaseerd op kijken met het blote oog klopt.

Casus: een voetballer met knieklachten sinds een jaar
4 maanden geleden belde een voetballer met langdurige knieblessure, waarbij ook het bovenbeen steeds vaker opspeelde bijvoorbeeld tijdens wandelen. Voetballen was sinds een jaar niet meer mogelijk. Op een MRI die een aantal maanden eerder plaatsvond kwamen geen bijzonderheden aan het licht.
Bij het doen van algemeen onderzoek kwamen geen grote bijzonderheden aan het licht. Ook het bewegen zag er op het eerste oog aardig uit.  Na het plaatsen van bewegingssensoren op het bovenbeen en het onderbeen bleken deze observaties niet volledig te kloppen. Bewegingsanalyse laat namelijk zien dat de knie op een ongewenste manier beweegt tijdens het lopen. Het onderbeen ‘zwabbert’ ten opzichte van het bewegen van het bovenbeen; de knie valgiseert.

Afb 1

Bovenstaande figuur is een grafiek van het bewegen van het boven- en onderbeen (abductie – adductie). Sensor 1 is geplaatst op het bovenbeen en sensor 2 op het onderbeen. De 2 meest opvallende uitkomsten van de bewegingsanalyse zijn:
– het matige samenhang tussen het bovenbeen en onderbeen. Ze bewegen tegengesteld gericht. Voor de statistisch onderlegde lezer; de correlatie was -0.55. Bij elke stap die wordt gezet krijgt de knie het dus zwaar te verduren.
– de hoge variabiliteit van bewegen van het bovenbeen, namelijk 0.89. Dit is een hoge waarde, die ik hier niet verder toelicht. Hoge variabiliteit betekent dat het lichaam hard werkt en zoekende is.

Conclusie: knieblessure en bovenbeenklachten door een slechte controle tijdens bewegen. Het bovenbeen moet tevens ‘hard aan het werk’ voor het slechte bewegen van de knie.

Behandeling bestaat bij Kemper Fysiotherapie vaak uit 2 onderdelen namelijk:
– symptoombestrijding; in dit geval massage/triggerpointbehandeling van de overbelaste bovenbeenspieren. Dit leidt op korte termijn tot verlichting van de pijn en ontspanning van de spier.
– oplossen van oorzaak van de pijn; in dit geval beter leren bewegen met een betere motorische controle van het bewegen rondom de knie.

Na 8 weken behandeling voetbalde de speler weer 2 keer in de week mee. 3 maanden na de start van de behandeling weer volledig; 5 keer in de week. De bewegingsanalyse die is uitgevoerd in week 8 van de revalidatie laat het volgende zien:

Afb 2

We zien structuur terugkomen van het bewegen tussen bovenbeen en onderbeen. Wat zeggen de cijfers?

2 bijzonderheden:
– er is inmiddels een aardige samenhang tussen bovenbeen en onderbeen (correlatie + 0.33). De knie beweegt weer met controle.
– de variabiliteit is afgenomen van 0.89 naar 0.49 en dus bijna gehalveerd. De patiënt kan weer flexibel reageren op veranderingen en het been hoeft minder ‘hard aan het werk’.

Kortom; dankzij kennis uit de bewegingstechnologie kunnen we in de fysiotherapie het bewegen van patiënten meetbaar maken. De behandelingen kunnen voor een belangrijk deel worden afgestemd op uitkomsten van de bewegingsanalyses en er kan dus gerichter een behandelplan worden opgesteld.

DSC_4535